Ecostyle Insectenhotel wilde bijen & graafwespen
Insectenhotel voor wilde bijen en graafwespen
Door tussenkomst van de mens zijn de natuurlijke nest- en beschuttingsplaatsen voor deze insecten sterk afgenomen. Dit insectenhotel gevuld met aangepast materiaal biedt de perfecte beschutting en nestplaats voor de graafwespen. Graafwespen graven letterlijk een gang in het materiaal en maken hier een nest in. De nakomelingen verzorgen ze met schadelijke insecten die ze eerst verdoven en dan door de gangen naar het nest brengen. Ook wilde bijen zoals maskerbijen vinden in de stengels beschutting en een nestplaats.Gebruiksaanwijzing
Verf of vernis dit insectenhotel niet, want de geur zou de insecten afstoten! Hang het insectenhotel op een zonnige, wind- en regenbeschutte plek, ten minste op kniehoogte. Plaats de voorzijde van het insectenhotel best in de richting van het zuiden, zuidwesten of zuidoosten. Laat het insectenhotel in de winter hangen, anders worden de bewoners voortijdig uit hun nest verdreven.
Onderhoud insectenhotel
Behandel uw Insectenhotel niet met verven of vernissen. Eventueel kan een laagje vernis met houtbeits wel.
Bij de meeste bijensoorten worden de nesten elk jaar opnieuw hergebruikt. Het is dus niet nodig om de gangen elk jaar opnieuw uit te boren of proper te maken. Is er al meer dan één jaar geen activiteit rond uw insectenhotel? Dan is het tijd om nieuw materiaal bij te plaatsen en het oude te vervangen.
Meer info over het gebruik van Insectenhotels is terug te vinden op de website van Natuurpunt vzw.
Uw bezoekers:
Graafwespen
Graafwespen gebruiken plantafval en afgeknipte takken als nestplaats. Ze zijn uiterst nuttige helpers in de strijd tegen bladluis, cicaden en bladkeverlarven. De graafwespen graven rechte gangen in het merg van de plantenstengels en zetten daar hun kroost af.
Wilde bijen
Wilde bijen, zoals diverse soorten maskerbijen, vinden in holle stelen onderdak en een geschikte nestelplaats. Maskerbijen zijn, zoals veel wilde zomerbijen, dol op veel verschillende (inheemse) plantensoorten zoals korenbloemen en voeden zich met hun nectar.